breuklijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breuk·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord breuklijn breuklijnen
verkleinwoord breuklijntje breuklijntjes

Zelfstandig naamwoord

breuklijn v/m

  1. grens, lijn waarlangs iets makkelijk kan breken, barst.
    • De Tweede Wereldoorlog is een breuklijn in de geschiedenis. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie