breukvlak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breuk·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord breukvlak breukvlakken
verkleinwoord breukvlakje breukvlakjes

Zelfstandig naamwoord

breukvlak o [1]

  1. (geologie) vlak waarlangs iets gebroken is of zou kunnen breken
  2. oppervlak van de breuk

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen