gedeelte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·deel·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gedeelte gedeeltes
gedeelten
verkleinwoord gedeeltetje gedeeltetjes

Zelfstandig naamwoord

gedeelte o

  1. minder dan het geheel
    • Hij heeft een gedeelte van het werk mee naar huis genomen. 
     Op 7 juli 2012 versnelt Chris Froome op het laatste gedeelte en laat zijn kopman Bradley Wiggins tegen de stalorders in achter.[3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

Verwijzingen