gebroken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bro·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: breken…
geen verbogen vorm

gebroken

  1. voltooid deelwoord van breken
  2. vormt de voltooide tijden
    • Hij had het vaasje gebroken. 
     Hij had meerdere ribben gebroken en had maanden moeten revalideren.[1]
  3. vormt de lijdende vorm
    • De ruit werd weer door kwajongens gebroken. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Het ijs is gebroken
na een kil begin is men vriendelijk tegen elkaar
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gebroken gebrokener gebrokenst
verbogen gebrokenste
partitief gebrokens gebrokeners -

Bijvoeglijk naamwoord

gebroken [2]

  1. door breuk beschadigd of door breken bewerkt
    • Het gebroken glas werd opgeruimd. 
  2. als door aandoening of gebrek in slechte staat verkerend
    • Hij antwoordde in gebroken Nederlands 
  3. een onderbreking vertonend
    • Door de verhuizing hadden zijn kinderen een gebroken schooljaar. 
  4. (figuurlijk)lichamelijk of geestelijk uitgeput
    • Gebroken en gedesillusioneerd trok hij zich terug. 
    • Al die jaren heeft ze iets duisters gehad, iets gebrokens.[3] 
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord gebroken gebrokens
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gebroken o

  1. (wiskunde) (verouderd) breuk
    • Om aldus eene geheele hoeveelheid welke met een gebroken vervoegd is, tot één gebroken te brengen, vermenigvuldigt met de geheel hoeveelheid door den noemer van het gebroken, en voegt het beloop by den teller van het gebroken. [4] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. DJ Koze Mijn vriendin vindt me een hypochonder vpro 2013
  4. Grondregels der stelkunst G.A. Verstegen, Karel de Craef 1851
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be