Naar inhoud springen

echtbreuk

Uit WikiWoordenboek
  • echt·breuk
enkelvoud meervoud
naamwoord echtbreuk echtbreuken
verkleinwoord - -

deechtbreukv/m

  1. het verbreken van een huwelijksband
    • De Tien Geboden verbieden echtbreuk. 
92 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be