blind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blind
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen blind blinder blindst
verbogen blinde blindere blindste

Bijvoeglijk naamwoord

blind [1] [2]

  1. niet in staat te zien
    De blinde man wachtte tot zijn hond begon met oversteken.
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een blinde klip
een rots die net niet boven de waterspiegel uitsteekt
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord blind blinden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

blind o [3]

  1. vensterluik [4]
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. etymologiebank.nl


Duits

Bijvoeglijk naamwoord

blind

  1. blind


Engels

Bijvoeglijk naamwoord

blind

  1. blind