Naar inhoud springen

blind

Uit WikiWoordenboek
  • blind
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen blindblinderblindst
verbogen blindeblindereblindste
partitief blindsblinders-

blind

  1. (medisch) niet of vrijwel niet in staat om te zien
    • De blinde man wachtte tot zijn hond begon met oversteken. 
  2. (figuurlijk) niet bereid of in staat om met bepaalde informatie rekening te houden
    • Doordat ze zo overtuigd zijn van het eigen gelijk, zijn ze blind geworden voor de eigen immoraliteit en hanteren ze dezelfde wapens als waar tegen ze strijden.[7] 
     Hoe vaak ben ik ziende blind geweest? Te vaak, en ik blijf dingen over het hoofd zien.[8]
     Het was nog te vroeg om te weten of ik blind en/of dwaas was geweest om zo lang van huis te zijn. De tijd zou uitwijzen wat de gevolgen van mijn lange afwezigheid zouden zijn op mijn kinderen.[9]
  3. (figuurlijk) blind (vertrouwen/haat/angst etc): een heel groot (vertrouwen/haat/angst) (dat op niets gebaseerd is)
    • Beleggers lijken echter geen blind vertrouwen te hebben in de wijze waarop Arcelor daar van gaat profiteren.[10] 
  4. (figuurlijk) zonder openingen een blinde muur: een muur zonder ramen
  • [2]
  • blind voor
  • Een haastige hond werpt blinde jongen
Beter langzaam iets goed doen, dan haastig iets slechts doen.
  • Zo blind als een mol
Stoett-254 [11]
je hoeft maar weinig moeite te doen om mensen vóór te blijven als zij zich niet in dat onderwerp verdiepen of er geen tijd/moeite in willen stoppen ofwel: wanneer iemand als enige een beetje van iets weet, lijkt het voor iedereen die er niets van weet alsof diegene er echt verstand van heeft
  • Liefde is blind.
door verliefdheid de gebreken van een ander niet zien
  • Ziende blind zijn
bijvoorbeeld iemand wel kennen maar toch niet de verkeerde eigenschappen zien
  • een blinde klip
een rots die net niet boven de waterspiegel uitsteekt
  • iets of iemand blind volgen
zonder verder na te denken iets of iemand gehoorzamen
  1.  Waarheid werd. Fabels gelijk feiten. Koeien waren geiten. Hoeren echte nonnen. Ik lachte als ik huilde. Stompte een liefkozing. Veinsde mijn aanbidding. Beproefde en verruilde 'Wel' was niet, of nooit 'Nee' was hou je groot. Vriendschap was je dood. Liefde werd gekooid. De doodsteek kwam van buiten. Niemand had het door. Hij volgde blind haar spoor. Vergruisde alle ruiten. Ik scheur de bladzijde uit het schrift en knijp hem tot een prop.[12]

blind

  1. zonder naar de eigen vingers te kijken
     Ook al kan hij al sinds zijn achtste blind typen – een vaardigheid die hij al chattend en surfend met veel plezier onderhoudt – op school leert hij het schoonschrift uit mijn jeugd.[13]
  • blind schrijven
  • blind tikken
  • blind typen
enkelvoud meervoud
naamwoord blind blinden
verkleinwoord - -

hetblindo

  1. vensterluik
vervoeging van
blinden

blind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blinden
    • Ik blind. 
  2. gebiedende wijs van blinden
    • Blind! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blinden
    • Blind je? 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[14]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Oudnederlands Woordenboek
  3. blind op website: Etymologiebank.nl
  4. 1 2 "blind" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. blind op website: Etymologiebank.nl
  7. Rob Waumans NRC 4 juni 2016
  8. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  9. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  10. NRC 8 maart 2016
  11. www.dbnl.org
  12. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  13. Bronlink geraadpleegd op 12 december 2024 Weblink bron
    Henk Leenaers
    “5 Schrijven” (3 augustus 2007) op nrc.nl op Wikipedia
  14. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • blind
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud blindt
o enkelvoud blindt
meervoud blinde
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
blinde

blind

  1.  blind bn , niet tot zien in staat



stellend vergrotend overtreffend
blind
blinder
am blindesten
alle verbuigingsvormen

blind

  1.  blind bn , niet tot zien in staat
enkelvoud meervoud
blind blinds

blind

  1.  blind zn ,  jaloezie zn  [2],  scherm zn  [1], zonneblind, zonnescherm
  2. voorwendsel
  3. blinddoek
  4. (VS) schuilhut
  5. oogklep (vooral meervoud)
  6. (informeel), (VK) braspartij, zuippartij
  7. (militair) blindering
  8. (kaartspel) blind bod (bij  poker zn )
vervoeging
onbepaalde wijs to  blind 
he/she/it  blinds 
verleden tijd  blinded 
voltooid
deelwoord
 blinded 
onvoltooid
deelwoord
 blinding 
gebiedende wijs  blind 

blind

  1. overgankelijk blind maken, verblinden
stellend vergrotend overtreffend
blindblinderblindest

blind

  1.  blind bn , niet tot zien in staat



  • IPA: /blɪnːd/
  • blind
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud blind blindere blindest
o enkelvoud blindt
meervoud blinde
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
blinde blindere blindeste

blind

  1.  blind bn , niet tot zien in staat
stellend vergrotend overtreffend
blind
blindare
blindast

blind

  1.  blind bn , niet tot zien in staat