blinden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blin·den

Zelfstandig naamwoord

blinden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord blinde
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord blind

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
blindar

blinden

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van blindar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van blindar