Naar inhoud springen

blinde

Uit WikiWoordenboek
  • blin·de
enkelvoud meervoud
naamwoord blinde blinden
verkleinwoord - -

deblindev/m

  1. iemand die niet kan zien
    • De blinde had een blindengeleidehond nodig om naar zijn werk te kunnen gaan. 
    • „Maar ik vroeg me af: wat missen blinden nog?”, zegt Dylan Verburg, student aan de Universiteit Twente. Daarom interviewde Dylan een blinde persoon en deed hij een kleine enquête onder blinden. De uitkomst: blinden willen heel graag de gezichtsuitdrukking ‘zien’ van de persoon met wie ze praten.[3] 
     'Zelfs een blinde kon zien dat het een overtreding was, idioot,' becommentarieerde de man met de harde stem.[4]
     Een blinde wordt zielig gevonden maar een dove vooral lastig.[5]
  2. vensterluik, blind
    • Voor de nacht moesten we eerste de blinden sluiten. 
vervoeging van
blinden

blinde

  1. aanvoegende wijs van blinden

blinde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van blind
     Ik liep zonder te weten op welke weg ik precies was, puur op het blinde vertrouwen dat ik wel iets zou vinden, lopend en lopend in de brandende zon.[6]
     Om die blinde koppigheid van hem geen seconde te verliezen.[7]
     Het gaat om een 'systematische greep' op een onderwerp, waardoor mensen van de blinde afhankelijkheid van natuur- en sociale krachten worden bevrijd.[8]
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[9]
  1. blinde op website: Etymologiebank.nl
  2. blinde op website: Etymologiebank.nl
  3. Karel Berkhout NRC 20 februari 2016
  4. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  5. Louw Feenstra V
    “Zintuigen” (2016), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529421
  6. Cheryl Strayed
    “Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021803555
  7. Kruistocht in spijkerbroek” op Wikipedia (1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670
  8. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
vervoeging van
blinder

blinde

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van blinder
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van blinder
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van blinder
vervoeging van
blindar

blinde

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van blindar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van blindar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van blindar