blindheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blind·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blindheid blindheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blindheid v

  1. een toestand waarin men niet in staat is te zien
    • Deze ziekte leidt tot blindheid. 
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Met blindheid geslagen zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie