braspartij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bras·par·tij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord braspartij braspartijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

braspartij v [1]

  1. een te overdadig feestmaal, een feestje met te veel drank
    • Alleen noeste arbeid van gelijkgestelden kan verlossing bieden. In tegenstelling tot het luie continent, dat zich liet gaan aan barokke kerken, zaligmakend nietsdoen en braspartijen – met verlossing op zondag, Pasen of tegen betaling. [2] 
    • Volgens Casteur ging het om een grapje. 'Het was niet de bedoeling om te zeggen: "drink u nu maar crimineel zat"', onderstreept de burgemeester, geschrokken van de vele reacties. 'Je mag onze mensen toch ook niet bekijken als imbecielen', vindt hij. 'Dat is hier geen braspartij en er is nog nooit ook maar enig probleem geweest met mensen die teveel dronken.' [3] 
  2. (figuurlijk) te royaal geld en andere middelen verbruiken
    • Maar om dan meteen hiervoor tussen de 20 en 30 miljoen vrij te maken, dat riekt verdacht veel naar een brisante braspartij. De zeven vette jaren zijn blijkbaar aangebroken, en dan mag het. De nieuwe coalitie rekent zich rijk door de aantrekkende economie en meer geld van het rijk. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 04/04/2012 door Tim Devriese Denemarken - Wat men zegt is waar, meneer.
  3. De Standaard 07/01/2014 om 20:54 door Jorn Van Thillo, Eveline Vergauwen Klacht over burgemeester Ninove nu bij Bourgeois
  4. Tubantia Dick Janssen 09-05-18 Hup, daar worden opeens in Berkelland de miljoenen over de balk gesmeten
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be