scherm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scherm
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bescherming’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord scherm schermen
verkleinwoord schermpje schermpjes

Zelfstandig naamwoord

scherm o

  1. wat dient om te zorgen dat je iets niet kunt zien, of ter bescherming
    1. een schut tegen het directe zonlicht
    2. een paravent
    3. (toneel) een gordijnachtige doek in een schouwburg
    4. een overdekking aan een steiger (ongevallenpreventie)
    5. een schut tegen zicht of wind
    6. een parachute
  2. vlak waarop beelden en teksten worden geprojecteerd
    1. (techniek), (informatica) een monitor van een technisch toestel
    2. een onderdeel van een bioscoop
    3. een projectiescherm
  3. een bloeiwijze waarbij alle zijassen (bloemstelen) uit één punt ontspringen
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Typische woordcombinaties
  • [1.3]: het scherm ophalen
  • [1.3]: het scherm laten zakken
  • [2.3]: dia's op het scherm projecteren
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1.5]: achter de schermen
zonder dat het bekend is, onopvallend
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schermen

scherm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schermen
    • Ik scherm. 
  2. gebiedende wijs van schermen
    • Scherm! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schermen
    • Scherm je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

scherm

  1. scherm


Veluws

Zelfstandig naamwoord

scherm

  1. scherm