blindganger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

een verroeste blindganger
Uitspraak
Woordafbreking
  • blind·gan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘niet ontploft projectiel’ voor het eerst aangetroffen in 1943 [1]
  • Samenstellende afleiding van blind en gang met het achtervoegsel -er [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord blindganger blindgangers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blindganger m [3]

  1. een explosief of wapen dat niet op het oorspronkelijk bedoelde moment afgegaan is; ook figuurlijk gebruikt
    • Assadullah Ahmadzai (35) is naar Wolyati gereisd om met ons te kunnen spreken. Zijn eigen dorp ligt in de provincie Logar, op een paar kilometer van Wolyati en is in handen van de Talibaan. Schuin over zijn wenkbrauwen lopen diepe littekens. „Ik was hout aan het sprokkelen dichtbij een verlaten NAVO-basis en toen was er een explosie.” Hij werd het slachtoffer van een NAVO-blindganger, waarschijnlijk een 40mm-granaat. Ook de Nederlandse krijgsmacht, die vooral in de provincie Uruzgan actief was, gebruikte deze granaten.[4] 
    • Toch draait het kabinet na verloop van tijd bij. Als steeds meer explosief jihadistisch vuurwerk naar Syrië vertrekt groeit de angst voor terugkerende blindgangers in Nederland. Na de schietpartij in Brussel, waar zo’n volledig doorgedraaide jongen vier mensen doodschoot, ging Opstelten overstag. [5] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen