sneeuwblind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·blind
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sneeuwblind sneeuwblinder sneeuwblindst
verbogen sneeuwblinde sneeuwblindere sneeuwblindste
partitief sneeuwblinds sneeuwblinders -

Bijvoeglijk naamwoord

sneeuwblind

  1. verblind door de hevige schittering van de sneeuw
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.