jaloezie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·loe·zie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afgunst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1300 [1]
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘optrekbaar zonnescherm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1892 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord jaloezie jaloezieën
verkleinwoord jaloezietje jaloezietjes

Zelfstandig naamwoord

jaloezie v

  1. (geen verbuiging) gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt
  2. zonnescherm, bestaande uit horizontale lamellen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  jaloezie     -  

Zelfstandig naamwoord

jaloezie

  1. jaloezie, afgunst
  2. jaloezie, zonneblind
Schrijfwijzen
  • Spellingvariant op Aruba: yalusi
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: yalusí.
Synoniemen