arbeidersgezin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·ders·ge·zin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidersgezin arbeidersgezinnen
verkleinwoord arbeidersgezinnetje arbeidersgezinnetjes

Zelfstandig naamwoord

arbeidersgezin o

  1. gezin waarbij de vader en soms ook de moeder werkt in een fabriek
    • In Hengelo is de wijk Tuindorp gebouwd voor de huisvesting van arbeidersgezinnen 

Gangbaarheid