arbeiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bei·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
arbeiden
arbeidde
gearbeid
zwak -d volledig

Werkwoord

arbeiden

  1. inergatief werk verrichten met name met de handen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.