arbeidster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·beid·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidster arbeidsters
verkleinwoord arbeidstertje arbeidstertjes

Zelfstandig naamwoord

arbeidster v

  1. (beroep) een vrouwelijke persoon die werk uitvoert voor een ander
    • Phillips had veel arbeidsters in dienst voor het fijne werk. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.