numero

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: númeronuméro


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nu·me·ro
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord numero numero's
verkleinwoord numerootje numerootjes

Zelfstandig naamwoord

numero o

  1. onder het nummer, met het nummer, plaats in een rangschikking (gevolgd door een hoofdtelwoord)
    • Datzelfde dreigt volgens analisten uit de oliebranche op korte termijn voor allerlei landen, met name ook voor olieleverancier numero één, Saudi-Arabië. [2]
    • Ende noch een weynigh daer na, Numero 3. schrijft hy ditte: want dese [t]wee, namelijc de rechtvaerdighmakinge ende heylighmakinge: zijn de effecten ofte werc[k]ingen, waer uyt de oorsake der selfde, te weten het ghelove, wordt bekent. [3]
  2. (figuurlijk) iets of iemand met een bepaalde plaats in een rangschikking (gevolgd door een hoofdtelwoord)
    • Misschien zijn het blinden, misschien staan ze in een zeer donkere kamer, ze zijn met vier of ze zijn met zes. De één, die een flank betast, roept uit: ‘Dit lijkt wel een muur!’. ‘Welnee,’ spreekt de tweede hem tegen, ‘het is een touw’ - hij houdt de staart vast. Een volgende bevoelt een poot en houdt vol dat het gaat om een soort boom en de vierde - die de slurf aait - claimt een slang te ontwaren. Wellicht herkent een vijfde in de slagtanden speren of hengels en numero zes weet zeker dat hij zich met een oor koelte kan toewuiven: het is immers een waaier. [4]
    • Het archief van het Amsterdamsch Studenten Corps bevat jaarsgewijs autobiografische aantekeningen van alle leden. In de stukken van het jaar van Menno ter Braaks inschrijving, 1921, ontbreekt echter tussen nummer 2 (K.W.H. Berger) en nummer 4 (C.H. Bruyn), het numero 3. [5]
  3. (figuurlijk) gespeelde handelingen waar een andere bedoeling achter zit
    • Een liberaal kopstuk noemde de opschorting van de onderhandelingen "een numero om meer binnen te kunnen halen". [6]
  4. (verouderd) reeks cijfers als kenmerk
    • Wij stonden beiden voor het bureau, waar de praktische Spoorweg Maatschappij koperen plaatjes met het numero van Fiaker of Droschke doet uitreiken. Komt men, daarmee gewapend, aan den uitgang, dan overhandigt men het den deftigen Suisse met den ontzagwekkenden tamboer-majoorstok; en deze roept het af en het daarmee corresponderend rijtuig treedt uit de file en rijdt voor. [7]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Italiaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
numero numeri

Zelfstandig naamwoord

numero m

  1. aantal
  2. nummer
  3. getal