zacht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zacht
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zacht | zachter | zachtst |
| verbogen | zachte | zachtere | zachtste |
| partitief | zachts | zachters | - |
Bijvoeglijk naamwoord
zacht
- gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen
- Die hoed was gemaakt van zacht materiaal.
- het gemoed niet sterk aangrijpend
- Hij stierf een zachte dood.
- zachtaardig.
- Hij werkte in de zachte sector.
- aangenaam voor de zinnen
- Al met al was het weer een zachte winter.
- weinig geluidsvolume bevattend
- Dat is wel een erg zacht geluid.
- geleidelijk.
- Er vond een zachte verandering plaats.
Vertalingen
1. gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen
|
|
Vertalingen
4. aangenaam voor de zinnen