wijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wijk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wijk | wijken |
| verkleinwoord | wijkje | wijkjes |
Zelfstandig naamwoord
- een bewoond deel van een stad of een gemeente
- een watergang
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een bewoond deel van een stad of een gemeente
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| wijken |
wijk