waar

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Bijwoord

waar

  1. Vragend: op welke plaats?
    Waar woont hij?
  2. Betrekkelijk op welke plaats
    Dit is het huis waar hij tien jaar gewoond heeft.
  3. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt een vragend voornaamwoord wat,welk.
    waarvoor => waar doet zij het voor?
  4. als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt een betrekkelijk voornaamwoord wat, dewelke.
    bijv. waarachter => Ik opende de deur waar hij achter verborgen zat.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Voegwoord

waar

  1. geeft een gelijktijdigheid en gedeeltelijke tegenspraak aan.
    «Waar Nederland zich zorgen maakt over Sint-Maarten, rekent het eiland op zijn nieuwe status.»
    {{{2}}}
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen waar
verbogen ware

Bijvoeglijk naamwoord

  1. correct, niet onwaar, overeenkomend met de werkelijkheid.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord waar waren
verkleinwoord

waar v/m

  1. koopwaar, te verhandelen goederen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Veel waar voor weinig geld
Vertalingen
Persoonlijke instellingen