waar
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Bijwoord
waar
- Vragend: op welke plaats?
- Waar woont hij?
- Betrekkelijk op welke plaats
- Dit is het huis waar hij tien jaar gewoond heeft.
- als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt een vragend voornaamwoord wat,welk.
- waarvoor => waar doet zij het voor?
- als locatief deel van een voornaamwoordelijk bijwoord vervangt een betrekkelijk voornaamwoord wat, dewelke.
- bijv. waarachter => Ik opende de deur waar hij achter verborgen zat.
Afgeleide begrippen
- waaraan, waarachter, waaraf, waarbij, waarbinnen, waarboven, waarbuiten, waardoor, waarheen, waarin, waarlangs, waarmede, waarmee, waarna, waarnaar, waarnaast, waarom, waaronder, waarop, waarover, waartegen, waartoe, waartussen, waaruit, waarvan, waarvoor, waarnevens, waarnaartoe, waaromheen, waarvandaan, waartegenover, waaromtrent, waarzonder, waardoorheen, waarachteraan
Vertalingen
1. op welke plaats
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Voegwoord
waar
- geeft een gelijktijdigheid en gedeeltelijke tegenspraak aan.
- «Waar Nederland zich zorgen maakt over Sint-Maarten, rekent het eiland op zijn nieuwe status.»
- {{{2}}}
- «Waar Nederland zich zorgen maakt over Sint-Maarten, rekent het eiland op zijn nieuwe status.»
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | waar | ||
| verbogen | ware |
Bijvoeglijk naamwoord
- correct, niet onwaar, overeenkomend met de werkelijkheid.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
1.
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | waar | waren |
| verkleinwoord |
- koopwaar, te verhandelen goederen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
- Veel waar voor weinig geld
Vertalingen
1.