waarmee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·mee
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     mee  
 persoonlijk     ermee  
aanwijz.   nabij     hiermee  
  veraf     daarmee  
  vragend/betrekk.     waarmee  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
waarmee

  1. vragend met wat?, met welk?
    Waarmee heeft hij dat gedaan?
  2. betrekkelijk met wat, met hetwelk
    Dit is het mes waarmee hij het brood snijdt.
    Dit is het mes waar hij het brood mee snijdt.
Vertalingen