warenhuis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ren·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord warenhuis warenhuizen
verkleinwoord warenhuisje warenhuisjes

Zelfstandig naamwoord

warenhuis o

  1. (handel) een grote winkel, vaak met meerdere verdiepingen, die een uitgebreid assortiment aan goederen verkoopt
    Een voorbeeld van een warenhuis is de Bijenkorf.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen