der
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /dər/, (met nadruk) /dɛr/
- (Vlaanderen, Brabant): /dər/, (met nadruk) /dɛr/
- (Limburg): /dɛr/
Woordafbreking
- der
Lidwoord
der
- genitief meervoud van de bepaalde lidwoorden de, het
- Het Koninkrijk der Nederlanden.
- genitief en datief vrouwelijk enkelvoud van het bepaalde lidwoord de
Vertalingen
2. genitief en datief vrouwelijk enkelvoud van het bepaalde lidwoord de
Duits
Uitspraak
- IPA: /deːɐ̯/
Woordafbreking
- der
Lidwoord
der
- nominatief enkelvoud mannelijk van van het bepaald lidwoord
- «Der Mann ist hübsch.»
- De man is mooi.
- «Der Mann ist hübsch.»
- genetief enkelvoud vrouwelijk van het bepaald lidwoord
- genetief meervoud vrouwelijk van het bepaald lidwoord
- datief enkelvoud vrouwelijk van het bepaald lidwoord
Middelnederlands
| m | v | o | mv | |
|---|---|---|---|---|
| nominatief | die | die | dat | die |
| genitief | des | der | des | der |
| datief | dien | der | dien | dien |
| accusatief | dien | die | dat | die |
Lidwoord
der
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- der
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord þar.
| Naar frequentie | 45 |
|---|
Bijwoord
der
- daar
- «Jeg kan være der klokka sju.»
- Ik kan om zeven uur daar zijn.
- «Jeg kan være der klokka sju.»
Lidwoord
der
- der, waarbij
- «Noen har det som en trivelig hobby der målet er å plukke mest mulig.»
- Sommigen hebben het als een leuke hobby waarbij het doel is zo veel mogelijk te plukken.
- «Noen har det som en trivelig hobby der målet er å plukke mest mulig.»
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- der
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord þar.
Bijwoord
der
Lidwoord
der