waarvan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·van
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     van  
 persoonlijk     ervan  
aanwijz.   nabij     hiervan  
  veraf     daarvan  
  vragend/betrekk.     waarvan  

Voornaamwoordelijk bijwoord

(scheidbaar)
waarvan

  1. vragend van wat?, van welk?
    Waarvan is die foto?
  2. betrekkelijk van wat, van hetwelk
    Ik weet niet waarvan deze opname gemaakt is.
    Ik heb de camera waar dit een lens van is, niet bij me.
Vertalingen