plaats
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plaats
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plaats | plaatsen |
| verkleinwoord | plaatsje | plaatsjes |
Zelfstandig naamwoord
plaats v
- plek
- plein
- dorp of stad (woonplaats).
Vertalingen
1.
Bijwoord
plaats
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- plaatsnemen: Hij nam plaats op de voorste rij.
Werkwoord
| vervoeging van |
| plaatsen |
plaats