plaats
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plaats
Woordherkomst en -opbouw
|
|
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plaats | plaatsen |
| verkleinwoord | plaatsje | plaatsjes |
Zelfstandig naamwoord
- een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte
- De plaats van het ongeval bleef wekenlang afgespannen met politielint.
- Er was geen plaats voor hem om te gaan zitten.
- een plein
- Ik ontmoette hem op de meest centrale plaats van het dorp.
- een dorp of stad (woonplaats)
- De plaats waar hij vandaan kwam, bleef lange tijd een vraagteken voor zijn klasgenoten.
- een kleine ruimte achter een huis
- Op het plaatsje kwam helemaal geen zon.
Synoniemen
- [1]: locatie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- plaatsaanwijzer, plaatsbewijs, plaatsnaam, plaatsnamenkunde, plaatsvector, plaatsvervanger, plaatsvinden
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: in plaats van
- [1]: op zijn plaats
- [1]: ter plaatse
Vertalingen
1. een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte
3. een dorp of stad (woonplaats)
op zijn plaats
|
ter plaats
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Bijwoord
plaats
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- plaatsnemen: Hij nam plaats op de voorste rij.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| plaatsen |
plaats