militair
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: militair (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˌmiliˈtɛːr/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˌmiliˈtɛːr/
- (Limburg): /ˌmiliˈtæːr/
Woordafbreking
- mi·li·tair
Woordherkomst en -opbouw
- Via het Franse militaire ontleend aan het Latijnse militaris ("m.b.t. soldaten"; ook wel "krijger, militair"). Dit laatste is het bijvoeglijke naamwoord bij miles (genitief militis; "soldaat"). De herkomst van miles is onduidelijk. Ofwel gaat het om een Etruskisch leenwoord, ofwel is het een erfwoord met als grondbetekenis iemand die in het gelid marcheert. In het laatste geval zou het verwant zijn met woorden als het Griekse ὅμιλος (hómilos; "menigte, mensenmassa").
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | militair | militairen |
| verkleinwoord | militairtje | militairtjes |
Zelfstandig naamwoord
militair m
Vertalingen
lid van een leger
|
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | militair | militairder | militairst |
| verbogen | militaire | militairdere | militairste |
Bijvoeglijk naamwoord
militair
- met het leger te maken hebbend.
Vertalingen
met het leger te maken hebbend