reëel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·eel
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse réel of daarvoor van het Latijnse 'rēs' (zaak, ding) met het achtervoegsel -eel [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen reëel reëler reëelst
verbogen reële reëlere reëelste

Bijvoeglijk naamwoord

reëel

  1. met de werkelijkheid overeenstemmend
    Dat is geen reële voorstelling van zake.
  2. (wiskunde) tot de verzameling getallen behorend die op de getallenrechte ligt
  3. geneigd zich praktisch op te stellen
    Hij is een stuk reëler geworden.
Antoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl