waarschuwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: waarschuwen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- waar·schu·wen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| waarschuwen |
waarschuwde |
gewaarschuwd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
waarschuwen
- (overgankelijk) iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn
- Hij werd gewaarschuwd dat vandalisme niet getolereerd zou worden.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn