was

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

was m

  1. weke laagsmeltende en waterafstotende stof zoals deze door bijen afgescheiden wordt om hun raten mee te bouwen
  2. naamwoord van handeling: het wassen, het schoonmaken met een vloeistof
    de was en de strijk zijn een steeds weerkerende klus
  3. het wasgoed:
    ik moet de was nog te drogen hangen
  4. (aan)groei, stijging (vooral van water)
    de was van een rivier is moeilijk te stuiten

Vertalingen

Werkwoord

was

  1. verleden tijd enkelvoud van zijn
  2. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd en gebiedende wijs van wassen, schoonmaken
  3. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd en gebiedende wijs van wassen, in de was zetten


Engels

Werkwoord

was

  1. eerste en derde persoon verleden tijd van to be
    I was wrong, but so was she.
    «Ik had ongelijk, maar zij had dat ook.»
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/was"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen