planten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Franse plante, van Latijn planta
enkelvoud meervoud
naamwoord - planten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

planten mv

  1. (biologie) een taxonomische groep waarvan de meeste leden uit cellulose bestaande celwanden hebben en aan fotosynthese doen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

planten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plant
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
planten
plantte
geplant
zwak -t volledig

Werkwoord

planten

  1. (overgankelijk) (een plant) in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen