plat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plat
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | plat | platter | platst |
| verbogen | platte | plattere | platste |
Bijvoeglijk naamwoord
plat
- vlak van vorm met verwaarloosbare hoogteverschillen
- Na bewerking met een hamer had het stuk ijzer een plattere vorm gekregen.
- overdrachtelijk: van weinig culterele diepgang getuigend, boers, dialectisch
- Zijn platte praat werd hem niet in dank afgenomen.
Vertalingen
1. vlak van vorm met verwaarloosbare hoogteverschillen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plat | - |
| verkleinwoord | platje | platjes |
Zelfstandig naamwoord
plat o
- (taalkunde) een algemene aanduiding voor een locale dialectvorm
- In het plat bestaat daar een prachtige uitdrukking voor.
- een vlakgemaakte plek aan of op een huis
- We zaten op het platje thee te drinken.
- (geologie) een onderzeese vlakte
- Er is op het continentaal plat naar olie geboord.
Papiamento
Woordafbreking
- plat
Bijvoeglijk naamwoord
plat