effen
Uit WikiWoordenboek
Ga naar:
navigatie
,
zoeken
Nederlands
Woordafbreking
ef·fen
Werkwoord
vervoeging van
effenen
effen
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van
effenen
Ik
effen
.
gebiedende wijs van
effenen
Effen
!
(bij inversie)
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van
effenen
Effen
je?
Categorieën
:
Woorden in het Nederlands
Werkwoordsvorm in het Nederlands
Verborgen categorie:
1ps
Persoonlijke instellingen
Aanmelden / registreren
Naamruimten
Pagina
Overleg
Varianten
Weergaven
Lezen
Bewerken
Geschiedenis bekijken
Handelingen
Zoeken
Navigatie
Hoofdpagina
Recente wijzigingen
Nieuwe pagina's
Willekeurig woord
Categorieën
Informatie
De kroeg
Hulp
Helpdesk
Financieel bijdragen
Zusterprojecten
Wikibooks
Wikipedia
Wikiquote
Wikisource
Commons
Hulpmiddelen
Links naar deze pagina
Verwante wijzigingen
Bestand uploaden
Speciale pagina's
Printervriendelijke versie
Permanente verwijzing
Deze pagina citeren