lap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lap
enkelvoud meervoud
naamwoord lap lappen
verkleinwoord lapje lapjes

Zelfstandig naamwoord

lap m

  1. een stuk van iets
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Weer op de lappen zijn.

  • Weer op de been zijn.
Overerving en ontlening
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lappen

lap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lappen
    Ik lap.
  2. gebiedende wijs van lappen
    Lap!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lappen
    Lap je?


Indonesisch

Woordafbreking
  • lap
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lap

  1. doekje, lap
    1. poetsdoek
    2. stofdoek
    3. dweil
    4. handdoek
    5. servet
    6. maandverband
  2. (sport) deel van een snelheidswedstrijd
    1. (sport) ronde op een wedstrijdbaan
    2. (sport) heen en terug in een wedstrijdbad (zwemsport)


Engels

Zelfstandig naamwoord

lap

  1. schoot
  2. (sport) deel van een snelheidswedstrijd
    1. (sport) ronde op een wedstrijdbaan
    2. (sport) heen en terug in een wedstrijdbad (zwemsport)
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening


Hongaars

Zelfstandig naamwoord

lap

  1. pagina


Tolai

Werkwoord

lap

  1. kappen, neerhouwen