banaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·naal
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen banaal banaler banaalst
verbogen banale banalere banaalste

Bijvoeglijk naamwoord

banaal

  1. gewoontjes, saai en voorspelbaar, weinig verheven of de zintuigen prikkelend, platvloers
    Ik hou van schone en van banale dingen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen