vluchteling

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vluch·te·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vluchteling vluchtelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vluchteling m

  1. iemand die op de vlucht is.
    Er kwam door de oorlog in het buurland een groot aantal vluchtelingen naar Syrië.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen