afgezaagd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- af·ge·zaagd
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | afgezaagd | afgezaagder | meest afgezaagd |
| verbogen | afgezaagde | afgezaagdere | meeste afgezaagde |
Bijvoeglijk naamwoord
afgezaagd
- saai, alledaags, overbekend.
- Hij doet wel erg afgezaagd werk.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
| afzagen |
afgezaagd
- voltooid deelwoord van afzagen