platbranden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plat·bran·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
platbranden
brandde plat
platgebrand
zwak -d volledig

Werkwoord

platbranden

  1. (overgankelijk) iets door brand geheel verwoesten
    De Vikingen brandden het dorp plat en verdwenen weer zo snel als ze gekomen waren.