vlak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vlak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vlak | vlakken |
| verkleinwoord | vlakje | vlakjes |
Zelfstandig naamwoord
vlak o
- (wiskunde) een verzameling punten die twee dimensies vult.
- Hij kon enkel grote vlakken inkleuren.
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vlak | vlakker | vlakst |
| verbogen | vlakke | vlakkere | vlakste |
vlak
- zonder bergen of dalen.
- Dat was een vlakke weg.
Bosnisch
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Kroatisch
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Servisch
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Schrijfwijzen
- Cyrillische transcriptie: влак.
Servokroatisch
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Sloveens
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Slowaaks
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Tsjechisch
Zelfstandig naamwoord
vlak m
Categorieën: Woorden in het Nederlands | Zelfstandig naamwoord in het Nederlands | Wiskunde in het Nederlands | Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands | Woorden in het Bosnisch | Verkeer in het Bosnisch | Woorden in het Kroatisch | Verkeer in het Kroatisch | Woorden in het Servisch | Verkeer in het Servisch | Woorden in het Servokroatisch | Verkeer in het Servokroatisch | Woorden in het Sloveens | Verkeer in het Sloveens | Woorden in het Slowaaks | Verkeer in het Slowaaks | Woorden in het Tsjechisch | Verkeer in het Tsjechisch