platzak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plat·zak
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | platzak |
| verbogen | (alleen predicaat) |
Bijvoeglijk naamwoord
platzak
- zonder geld
- Hij was nu platzak en kon naar huis gaan lopen.