grof

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grof
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen grof grover grofst
verbogen grove grovere grofste

Bijvoeglijk naamwoord

grof

  1. fors.
    Er werd grof geschut gebruikt.
  2. ruw van makelij.
    Hij bezat alleen grof aardewerk.
  3. onbeschaafd.
    Hij sloeg de hele tijd grove taal uit.
  4. buitengewoon groot of veel.
    Ik verdien grof geld sinds de start van dat project.
Antoniemen
Persoonlijke instellingen