grof
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- grof
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | grof | grover | grofst |
| verbogen | grove | grovere | grofste |
Bijvoeglijk naamwoord
grof
- fors.
- Er werd grof geschut gebruikt.
- ruw van makelij
- Hij bezat alleen grof aardewerk.
- onbeschaafd.
- Hij sloeg de hele tijd grove taal uit.
- buitengewoon groot of veel
- Ik verdien grof geld sinds de start van dat project.
Antoniemen
- [2]: fijn