morgens

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor·gens

Zelfstandig naamwoord

morgens mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord morgen


Duits

Bijwoord

morgens

  1. 's morgens; in de ochtenduren van de dag