lente

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Lente geschilderd door Giuseppe Arcimboldo

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • len·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Het woord is samengesteld uit de elementen "lengen" en "dag", ofwel het lengen der dagen.
enkelvoud meervoud
naamwoord lente lentes
verkleinwoord lentetje lentetjes

Zelfstandig naamwoord

lente v/m

  1. eerste jaargetijde, één van de vier seizoenen
    In de lente worden de dagen steeds langer.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • Een nieuwe lente, een nieuw geluid (uit het gedicht mei van Herman Gorter)
  • Een zwaluw maakt de lente niet
  • (...) lentes tellen
    • Zoveel jaar oud zijn.
Vertalingen


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

lente

  1. vrouwelijk enkelvoud van lent


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • len·te
enkelvoud meervoud
lente lentes

Zelfstandig naamwoord

lente m

  1. bril
  2. lens

Meer informatie