zomer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zo·mer
Woordherkomst en -opbouw
- Verwant met het Oudindische sama (jaargetijde, jaar).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zomer | zomers |
| verkleinwoord | zomertje | zomertjes |
Zelfstandig naamwoord
zomer m
- jaargetijde tussen lente en herfst
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Één zwaluw maakt nog geen zomer.
- Slechts één positief teken duidt nog niet op een volledig herstel, volledige winst enz.
De zomer is dood.
- De zomer is voorbij (o.a. in Voorstad van Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot).
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.