zomer

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·mer
Woordherkomst en -opbouw
  • Verwant met oudindisch sama (jaargetijde, jaar).
enkelvoud meervoud
naamwoord zomer zomers
verkleinwoord zomertje zomertjes

Zelfstandig naamwoord

zomer m

  1. jaargetijde tussen lente en herfst.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen