herfst
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- herfst
Woordherkomst en -opbouw
|
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | herfst | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
herfst m
- jaargetijde tussen zomer en winter
- In de herfst worden de dagen steeds korter.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
- herfstachtig, herfstavond, herfstblad, herfstdag, herfstgevoel, herfstig, herfstlandschap, herfststorm, herfstvakantie, herfstweer, herfstwind
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen
1. seizoen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.