herfst

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • herfst
Woordherkomst en -opbouw
  • Verwant met eng. harvest (oogst), gr. karpos (boomvrucht, veldvrucht) en oudind. krpana (zwaard). Herfst betekent dus eigenlijk "oogsttijd".
enkelvoud meervoud
naamwoord herfst
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herfst m

  1. jaargetijde tussen zomer en winter.
    In de herfst worden de dagen steeds korter.
Vertalingen
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden

Meer informatie

Persoonlijke instellingen