herfst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • herfst
Woordherkomst en -opbouw
  • Het eerste deel is te herleiden tot de Proto-Indo-Europese wortel kerp- met het achtervoegsel -st. Het woord betekende oorspronkelijk "oogsttijd".
  • Verwant
Duits: Herbst
Engels: harvest (oogst),
Grieks: καρπός (boomvrucht, veldvrucht)
Latijn: carpere (plukken)
Oudindisch: krpana (zwaard).
enkelvoud meervoud
naamwoord herfst
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herfst m

  1. jaargetijde tussen zomer en winter
    In de herfst worden de dagen steeds korter.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen