kruid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: kruid (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /krœʏ̯t/
- (Vlaanderen, Brabant): /krœːt/
- (Limburg): /krœːd/
Woordafbreking
- kruid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kruid | kruiden |
| verkleinwoord | (kruidje) | (kruidjes) |
Zelfstandig naamwoord
kruid o
Gelijkklinkende woorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- helmkruidfamilie, kaasjeskruidfamilie, kruidkers, kruidkoek, kruidnagel, kruidnagelbomen, kruidnagelboom, kruidnagelolie, kruidvlier, pijlkruidkers, veldkruidkers
Verwante begrippen
- Zie ook de voor een lijst van kruiden.
Spreekwoorden
- Er is geen kruid tegen (op) gewassen.
- Er is niks aan te doen.
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kruiden |
kruid
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kruiden
- Ik kruid.
- gebiedende wijs van kruiden
- Kruid!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kruiden
- Kruid je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.