jullie

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Persoonlijk voornaamwoord

jullie tweede persoon meervoud
1. nominatief (onderwerp)
Jullie komen als geroepen.
Konden jullie het makkelijk vinden?
2. datief (meewerkend voorwerp)
De voorzitter zal jullie een medaille opspelden.
3. accusatief (lijdend voorwerp)
Ik nodig jullie uit voor mijn feestje.

Verwante begrippen

Vertalingen

Bezittelijk voornaamwoord

jullie tweede persoon meervoud
1. genitief
Ik ben jullie nieuwe leraar.

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen