jouwe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-
Woordafbreking
  • jou·we

Bezittelijk voornaamwoord

jouwe

  1. zelfstandige vorm van jouwe, tweede persoon enkelvoud informeel
    Is dit kopje nu het mijne of is het het jouwe?


enkelvoud meervoud
naamwoord jouwe jouwen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

jouwe v/m

  1. zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot jou behoort
    Voor jou en de jouwen ook een heel fijne Kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar!

Werkwoord

vervoeging van
jouwen

jouwe

  1. aanvoegende wijs van jouwen