gij

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ik
'k
mij
me
wij
we
ons
2e persoon
(informeel)
jij
je
jou
je
jullie jullie
2e persoon
(formeel)
u u u u
2e persoon
(regionaal)
gij
ge
u gij
ge
u
3e persoon
(mannelijk)
hij
ie
hem
'm
zij
ze
(dat.) hun
(acc.) hen
ze
3e persoon
(vrouwelijk)
zij
ze
haar
'r, d'r
3e persoon
(onzijdig)
het
't
het
't
Uitspraak
Woordafbreking
  • gij
Woordherkomst en -opbouw
  • In Middelnederlands was ghi het meervoud van du, verwant aan Oudengels ge < you. Zie ook uitleg van de gij-vorm.

Persoonlijk voornaamwoord

gij
1. tweede persoon enkelvoud- en meervoud. In Nederland verouderd, maar in België in dagelijks gebruik.
Gij zijt hier welkom.
Verwante begrippen
  • Clitische vorm: ge
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/gij"
Persoonlijke instellingen