mijne

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-
Woordafbreking
  • mij·ne

Bezittelijk voornaamwoord

mijne

  1. zelfstandige vorm van mijn, eerste persoon enkelvoud
    Is dit kopje nu het mijne of is het het jouwe?
  2. (verouderd) verbogen vorm van mijn
    Mijne heren! Komt u binnen!


enkelvoud meervoud
naamwoord mijne mijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mijne v/m

  1. zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot mij behoort
    Deze man is een van de mijnen.